Gedragscode

Gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires

De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires is op 31 januari 2006 voorgelegd aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) ter toetsing aan de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Het oordeel van de CGB is te vinden op www.cgb.nl onder “Oordeel 2006-170”.

De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires heeft zowel betrekking op leerlingen als op werknemers. Tot de werknemers behoren docenten, docentassistenten, onderwijsondersteunend personeel, administratief personeel en systeembeheerders.
De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires geldt ook voor externen, zoals medewerkers van het cateringbedrijf, medewerkers van bedrijven en instellingen die gastlessen verzorgen, stagiaires en medewerkers van pedagogische opleidingen, en ingeleende werknemers, zoals het schoonmaak-, technisch- en onderhoudspersoneel.

  • Ad. a: De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires dient in samenhang te worden gelezen en geldt zowel in het schoolgebouw als op alle tot de school behorende terreinen, zoals schoolplein en sportvelden.
  • Ad. b: Voor eventueel niet genoemde kleding en/of accessoires geldt, dat deze naar het oordeel van de schoolleiding kan worden verboden als niet passend in een werkomgeving, die de school vormt voor leerlingen en werknemers.
  • Ad. c: Naar het oordeel van de schoolleiding kan op grond van acceptabele (medische en/of psychische) redenen het dragen van kleding, die het hoofd en het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt, (tijdelijk) worden toegestaan.

    Identificatie

    Het dragen van kleding, die het hoofd en het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt is verboden. Het gaat hierbij om kleding, waarbij de ogen, neus én mond niet zichtbaar zijn, zoals een bivakmuts, burqa, chador gezichtssluier en een nikaab.
    Reden: Het is lastig voor medewerkers van de school om leerlingen, werknemers en externen te identificeren als het gehele gezicht niet (goed) kan worden gezien en het bemoeilijkt bovendien het beschermen van bezittingen van leerlingen, werknemers, externen en de eigendommen van de school.

    Communicatie

    Het dragen van kleding, die het hoofd en het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt is verboden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een bivakmuts, burqa, chador gezichtssluier en een nikaab.
    Reden: Het is enerzijds lastig voor een docent les te geven, voor een docentassistent lesondersteunende werkzaamheden te verrichten, voor externen om (gast-)lessen te verzorgen en anderzijds voor leerlingen om optimaal onderwijs te ontvangen als het gehele gezicht (ogen, neus én mond) niet (goed) kan worden gezien, omdat hierdoor de mogelijkheid tot een goede communicatie en non-verbale interactie wordt belemmerd.

    Het onderwijsleerproces beperkt zich echter niet tot een leslokaal. Een goede communicatie is niet alléén van belang in de lessen, maar ook in pauzes en op het schoolplein. Ook het onderwijsondersteunend personeel moet goed kunnen communiceren met de leerlingen, onder meer om de orde te kunnen handhaven. Het onderwijsondersteunend en administratief personeel staat ook in communicatieve relatie tot elkaar, tot de leerlingen, tot de overige werknemers en tot externen. Om hun werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren dienen zij gemakkelijk gesprekken te kunnen voeren met elkaar, met de leerlingen, met de overige werknemers en met externen.

    Sociale veiligheid

    Het dragen van kleding en/of accessoires, die als aanstootgevend kunnen worden beschouwd, is verboden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bivakmutsen; te blote kleding; baseballpetten, jassen, modehoofddoekjes en sjaals (uitsluitend van toepassing in het schoolgebouw); kleding en/of accessoires voorzien van teksten en/of afbeeldingen, die voor anderen beledigend (kunnen) zijn.
    Reden: Het dragen van de genoemde kleding en/of accessoires is verboden in verband met het overschrijden van de fatsoensnormen en het voorkomen van wanordelijkheden.

    Fysieke veiligheid : Lichamelijke opvoeding

    Het verwijderen van de volgende kleding en/of accessoires is tijdens de lessen Lichamelijke Opvoeding verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleding en/of accessoires (zoals sjaals en riemen), baseballpet, bivakmuts, burqa, chador, gezichtssluier, hoofddoek, modehoofddoekje, nikaab, lange rok, tulband, sieraden (zoals horloges, kettingen, oorbellen, oorringen en ringen) en zichtbare piercings.
    Reden: De genoemde kleding en/of accessoires beperken de bewegingsvrijheid en kunnen ergens aan blijven hangen, hetgeen de lesmogelijkheden beperkt en letsel tot gevolg kan hebben.

    Opmerking:
    De schoolleiding staat leerlingen, die vanwege hun religieuze overtuiging een hoofddoek dragen toe tijdens de lessen Lichamelijke Opvoeding een sporthoofddoekje te dragen. Het gaat hierbij uitsluitend om een sporthoofddoekje van het merk “Capsters”, type “Aerobics”, dat – uit hygiënisch oogpunt – als eigendom van de leerling door de leerling of diens ouders/verzorgers wordt aangeschaft. Het genoemde sporthoofddoekje kost ca. € 25,00 en is verkrijgbaar via www.capsters.com.

    Fysieke veiligheid : Praktische vaklessen

    Het verwijderen van de volgende kleding en/of accessoires is tijdens de praktische vaklessen in de onderbouw, practicumlessen natuur- en scheikunde (onder- en bovenbouw) en lessen van de beroepsvoorbereidende programma’s in de sectoren Groen, Techniek en Zorg & Welzijn (inclusief de afdeling Uiterlijke Verzorging) verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleding en/of accessoires (zoals sjaals en riemen), baseballpet, bivakmuts, burqa, chador, gezichtssluier, hoofddoek, modehoofddoekje, nikaab, lange rok, tulband, sieraden (zoals horloges, kettingen, oorbellen, oorringen en ringen) en zichtbare piercings.
    Reden: De genoemde kleding en/of accessoires beperken de bewegingsvrijheid, kunnen ergens aan blijven hangen of vlamvatten, hetgeen de lesmogelijkheden beperkt en letsel tot gevolg kan hebben.

    Opmerking:
    Zie ook opmerking bij “Fysieke veiligheid en hygiëne” .

    Fysieke veiligheid en hygiëne : Praktische vaklessen

    Het dragen van beschermende en/of brandwerende kleding tijdens de praktische vaklessen in de onderbouw, practicumlessen natuur- en scheikunde (onder- en bovenbouw) en lessen van de beroepsvoorbereidende programma’s in de sectoren Groen, Techniek en Zorg & Welzijn (inclusief de afdeling Uiterlijke Verzorging) is verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om katoenen bodywarmers, (latex) werkhandschoenen, katoenen (jas-)schorten, kaplaarzen, monddoekjes, katoenen overalls, veiligheidsbrillen, veiligheidshandschoenen, veiligheidshelmen, veiligheid-schoenen en katoenen werkjassen.
    Reden: Het dragen van beschermende en/of brandwerende kleding draagt bij aan het voorkomen van schade aan de bovenkleding, aan het voorkomen van lichamelijk letsel en aan het bevorderen van een hygiënische situatie.

    Opmerking:
    De schoolleiding verplicht leerlingen, die vanwege hun religieuze overtuiging een hoofddoek dragen, tijdens de kooklessen (onder- en bovenbouw) en de practicumlessen natuur- en scheikunde (onder- en bovenbouw) – uit het oogpunt van fysieke veiligheid en/of hygiëne – een katoenen hoofddoek te dragen.

    Fysieke veiligheid en hygiëne : Praktische vaklessen

    Het verwijderen van sieraden tijdens de praktische vaklessen in de onderbouw, practicumlessen natuur- en scheikunde (onder- en bovenbouw) en lessen van de beroepsvoorbereidende programma’s in de sectoren Groen, Techniek en Zorg & Welzijn (inclusief de afdeling Uiterlijke Verzorging) is verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om horloges, kettingen, lange oorbellen, oorringen en ringen,
    Reden: Het verwijderen van sieraden draagt bij aan het voorkomen van lichamelijk letsel (kunnen namelijk ergens achter blijven hangen), aan het voorkomen van schade aan de sieraden en aan het bevorderen van een hygiënische situatie.

    Fysieke leerervaring

    Het verwijderen van de volgende kleding en/of accessoires is tijdens de lessen van de beroepsvoorbereidende programma’s Zorg & Welzijn breed en Uiterlijke Verzorging verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleding en/of accessoires, zoals sjaals, baseballpet, burqa, chador, gezichtssluier, hoofddoek, modehoofddoekje, nikaab, tulband, sieraden (zoals horloges, kettingen, oorbellen, oorringen en ringen) en zichtbare piercings.
    Reden: De genoemde kleding en/of accessoires beperken de mogelijkheden voor het opdoen van een fysieke leerervaring, hetgeen de lesmogelijkheden beperkt en het leerproces van de leerling belemmert.

    Afstemming arbeidsmarkt

    In het kader van het vergroten van de stagemogelijkheden en de representativiteit van leerlingen en werknemers is het dragen van de volgende kleding en/of accessoires verboden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om te blote kleding, kleding en/of accessoires voorzien van teksten, die voor anderen beledigend (kunnen) zijn, zichtbare piercings en zichtbare tatoeages.
    Reden: De school is wettelijk verplicht bij het verzorgen van onderwijs zorg te dragen voor afstemming op de arbeidsmarkt en bij te dragen aan het (toekomstig) maatschappelijke functioneren van leerlingen. Hiertoe hebben docenten (met name van de beroepsvoorbereidende programma’s) contact met en/of volgen docentenstages in het bedrijfsleven. Leerlingen in het derde en/of vierde leerjaar VMBO volgen een beroepsoriënterende en/of beroepsopleidende stage, die deel uitmaakt van het curriculum. Leerlingen, die niet aan deze voorwaarde kunnen voldoen, kunnen geen diploma behalen.